Afvoerput: wat het is, hoe het werkt en waar je op moet letten

file

Een afvoerput is een put in de grond die regenwater en oppervlaktewater afvoert naar het riool. Je plaatst hem op plekken waar water blijft staan, zoals op een oprit, terras of pad. Zonder zo’n put stroomt water niet weg en ontstaan er plassen, schade aan bestrating of problemen met vocht rondom je fundering.

Er zijn twee hoofdtypen: de standaard afvoerput die het water via een afvoerpijp naar het riool leidt, en de infiltratieput die het water direct de grond in laat zakken. Welke je nodig hebt, hangt af van de locatie, de grondsoort en of er een aansluiting op het riool beschikbaar is.

Afvoerput of infiltratieput: wat is het verschil?

De gewone afvoerput (ook wel straatkolkput of afwateringsput genoemd) heeft een uitlaat aan de zijkant of onderkant die aansluit op het rioolsysteem. Water stroomt via een rooster naar binnen, zakt naar beneden en verdwijnt via de pijp. In de put zit vaak een slik- of zandvang: een verdiept deel onderin waar zand en vuil bezinken, zodat de afvoerpijp niet verstopt raakt.

Een infiltratieput werkt anders. Die heeft geen aansluiting op het riool, maar een open of geperforeerde bodem en wanden. Water zakt vanuit de put langzaam de onderliggende grond in. Dit werkt goed op plekken met doorlatende grond, zoals zand. Op kleigrond werkt infiltratie slecht, omdat klei nauwelijks water doorlaat. In dat geval is een gewone afvoerput met rioolaansluiting de betere keuze.

Waar gebruik je een afvoerput?

Een afvoerput is nuttig op elk verhard oppervlak waar water niet vanzelf wegloopt. Denk aan een oprit van beton of klinkers, een betegeld terras, een pad langs een gebouw of een parkeerplaats. Ook in tuinen die dichtbij de fundering liggen, is een goede waterafvoer belangrijk om vochtproblemen te voorkomen.

Je plaatst de put op het laagste punt van het oppervlak, of je legt de bestrating licht hellend aan in de richting van de put (minimaal 1 tot 2% helling is gebruikelijk). Zonder die helling bereikt het water de put nooit goed en blijven er plassen staan.

Maten en materialen

Afvoerputten zijn er in verschillende maten. Gangbare binnendiameters zijn 20 cm, 30 cm en 40 cm. Voor normale tuinsituaties op een oprit of terras is een put van 20 tot 30 cm diameter meestal voldoende. Grotere putten zijn bedoeld voor situaties met grote regenbelasting, zoals parkeerterreinen of bedrijfsterreinen.

De meeste afvoerputten zijn gemaakt van kunststof (PVC of polyethyleen). Dit is licht, duurzaam en eenvoudig te verwerken. Betonnen putten bestaan ook, maar die worden minder vaak gebruikt bij particuliere toepassingen vanwege het hogere gewicht en de bewerkelijker installatie. Het rooster bovenop de put is vaak van gietijzer of kunststof. Een gietijzeren rooster is bestand tegen zwaar gebruik, zoals overrijden door een auto.

Hoe installeer je een afvoerput?

De installatie bestaat uit een aantal stappen die je in de meeste gevallen zelf kunt uitvoeren, mits je de aansluiting op het riool overslaat of laat doen door een erkend installateur.

  • Graaf een gat op de juiste diepte. De bovenkant van de put moet gelijk liggen met de bestrating, of iets lager zodat water er naartoe stroomt.
  • Leg een laag zand of grind op de bodem van het gat als stabiele ondergrond.
  • Plaats de put en controleer of hij recht staat en op de juiste hoogte zit.
  • Sluit de afvoerpijp aan op de uitlaat van de put. Gebruik PVC-afvoerbuizen met de juiste diameter, meestal 110 mm voor particuliere toepassingen.
  • Vul het gat rondom de put op met zand en verdicht goed.
  • Leg de bestrating terug en bevestig het rooster.

De aansluiting op het gemeentelijk riool mag je niet zomaar zelf aanleggen. Daarvoor heb je toestemming nodig van de gemeente en laat je het werk over aan een gecertificeerd bedrijf. Voor een infiltratieput geldt dit niet, want die heeft geen rioolaansluiting.

Onderhoud: zo voorkom je verstopping

Een afvoerput verstopt door ophoping van blad, zand, mos en ander vuil. De slik- of zandvang onderin de put houdt veel vuil tegen, maar die moet je wel periodiek leegmaken. Doe dit minstens één keer per jaar, bij voorkeur in het najaar na de bladval en in het voorjaar. Je haalt het bezinksel eruit met een schep of zuigpomp.

Controleer ook het rooster regelmatig. Een dichtgeslibd rooster zorgt ervoor dat water niet meer de put in kan stromen en er plassen ontstaan. Een rooster schoonmaken duurt hooguit een paar minuten en voorkomt veel overlast.

Merk je dat de put niet meer goed afvoert ondanks dat het rooster en de slik vrij zijn? Dan kan de afvoerpijp verstopt zijn. In dat geval is een hogedrukspuit (doorspoelen van de leiding) vaak de oplossing. Laat dit doen door een rioolservice als je er zelf niet bij kunt.

Een goed geplaatste en onderhouden afvoerput doet jarenlang zijn werk zonder veel gedoe. Kies het type dat past bij jouw situatie, let op de grondsoort als je twijfelt tussen afvoer naar het riool of infiltratie, en houd de put elk jaar even schoon. Dat is alles wat je nodig hebt voor een droge oprit of een plasloos terras.

Gerelateerde blogs