Een goede waterafvoer op een plat dak voorkomt lekkage, schade aan de dakconstructie en vochtproblemen in het gebouw. Op een plat dak stroomt regenwater niet vanzelf weg zoals op een schuin dak, dus een doordacht afvoersysteem is onmisbaar. De waterafvoer van een plat dak bestaat in de praktijk uit een combinatie van dakafschot, afvoerputten en afvoerbuizen die het water naar buiten of naar de riolering leiden.
Hoe werkt waterafvoer op een plat dak?
Een plat dak is nooit helemaal vlak. Er zit altijd een lichte helling in, het dakafschot, zodat regenwater richting de afvoerputten loopt. Het minimale afschot is doorgaans 1 tot 2%, wat neerkomt op 1 tot 2 centimeter hoogteverschil per meter dak. Bij te weinig afschot blijft water staan (het zogenaamde “plas” of “ponding”), wat de levensduur van de dakbedekking sterk verkort en op termijn kan leiden tot lekkage.
Het water dat via het afschot naar de laagste punten stroomt, wordt daar opgevangen door afvoerputten. Vanuit die putten gaat het water via een buis naar buiten: ofwel via een regenpijp langs de gevel, ofwel via een inwendig leidingenstelsel naar de riolering. Welke oplossing het beste werkt, hangt af van de bouwconstructie en de afvoermogelijkheden op het perceel.
Soorten afvoerputten voor een plat dak
Afvoerputten voor platte daken zijn er in verschillende materialen en uitvoeringen. De meest gebruikte zijn:
- Loden afvoerputten: traditioneel en duurzaam, maar duurder en zwaarder dan alternatieven. Lood past goed bij bitumineuze dakbedekking en is eenvoudig te solderen.
- Aluminium afvoerputten: lichtgewicht en corrosiebestendig. Een goede middenweg tussen prijs en kwaliteit.
- Kunststof afvoerputten (PVC of PP): de meest betaalbare optie, veelzijdig inzetbaar en eenvoudig te monteren. Werkt goed samen met EPDM, PVC-dakbedekking en bitumen.
Bij de keuze voor een afvoerput let je op de diameter van de buis eronder, de aansluiting op de dakbedekking en of de put geschikt is voor inbouw (inwendig) of voor gebruik als kiezelbak aan de rand (uitwendig).
Inwendige versus uitwendige waterafvoer
Bij een inwendige waterafvoer loopt de afvoerbuis door de dakconstructie en de wand naar de riolering. Dit is een nette oplossing die je buiten niets ziet, maar de aanleg is complexer en een lek in de buis is moeilijker te bereiken. Bij uitwendige waterafvoer gaat het regenwater via een afvoerput aan de rand van het dak, een kiezelbak of stadsuitloop, langs de gevel naar buiten. Dit is eenvoudiger te controleren en te onderhouden.
Een kiezelbak is een open afvoerbak aan de dakrand, gevuld met grind of kiezel als filter. Hierdoor stroomt het water weg maar worden vuil en bladeren tegengehouden. Een stadsuitloop is een afvoer die door de dakrandopstand heen gaat en het water direct van het dak afvoert. Dat wordt veel gebruikt bij stadse woningen met een laag plat dak boven een aanbouw.
Hoeveel afvoerputten heb je nodig?
De vuistregel is dat je per 50 vierkante meter dakoppervlak minimaal één afvoerput plaatst. Bij een aanbouw van 20 vierkante meter is één centrale afvoer dus voldoende, mits het afschot goed is aangelegd. Bij grotere daken of daken met meerdere laagste punten gebruik je meerdere afvoerpunten om overbelasting bij hevige regenval te voorkomen.
Veel dakdekkers adviseren naast de reguliere afvoerput ook een noodoverlaat te plaatsen. Dat is een extra afvoer, iets hoger geplaatst dan de normale afvoerput, die alleen in werking treedt als de gewone afvoer verstopt raakt of de wateraanvoer groter is dan de capaciteit aankan. Zonder noodoverlaat kan het waterpeil op het dak zo hoog oplopen dat de dakopstand onderloopt en er alsnog water naar binnen stroomt.
Onderhoud van de waterafvoer op een plat dak
Een afvoerput op een plat dak raakt sneller verstopt dan je misschien verwacht, zeker in de herfst bij bladval. Controleer de afvoerputten minimaal twee keer per jaar: één keer voor de winter en één keer in het voorjaar. Verwijder bladeren, mos en zand. Giet daarna een emmer water in de put om te controleren of het water vlot wegstroomt.
Let ook op de bitumenaansluiting of mantel rondom de afvoerput. Dit is het punt waar de put vastzit aan de dakbedekking. Als die aansluiting loslaat of scheurt, kan water weglekken langs de buis in plaats van erin. Bij twijfel laat je dit nakijken door een dakdekker.
Een goed functionerende waterafvoer op je platte dak begint bij de juiste opzet: voldoende afschot, de juiste afvoerputten op de juiste plekken, en een noodoverlaat als beveiliging. Wie dat op orde heeft en de putten regelmatig schoonhoudt, voorkomt de meeste problemen met wateroverlast en schade aan het dak.














